Opportunity cost opofferingskosten

Opportunity cost of opofferingskosten: wat kost veiligheid jou?

Over het algemeen zijn mensen het er volgens mij wel over eens dat het verstandig is om te sparen. Om een buffertje achter de hand te houden, zodat je niet direct in de financiële problemen komt als er iets gebeurt. Als je auto het begeeft of als je ineens een paar maanden zonder werk komt te zitten. Maar er zit ook een andere kant aan het aanhouden van zo’n buffer. Daarover wordt in de financial independence community veel gesproken. Dat gaat dan om ‘opportunity cost’. Oftewel: wat kost het jou om zo’n buffer aan te houden?

Wat je spaart, rendeert niet

Sparen is veilig. Maar over het algemeen levert het niet het meeste rendement op. Zeker niet over de lange termijn. Dat kun je momenteel vrij goed zien; de spaarrentes liggen bijna rond de 0 en als je een beetje een leuke pot bij elkaar gespaard hebt, dan kun je daar bijna nog op toeleggen ook.

Maar sparen geeft wel zekerheid. Je weet zeker dat je X bedrag hebt en dat je dat direct kunt gebruiken als zich een noodgeval voordoet. Daarom geven veel mensen hier de voorkeur aan.

In principe behoor ik ook wel tot die groep, maar ik merk dat er langzaam een verschuiving begint plaats te vinden in mijn brein. Er is namelijk ook nog zoiets als ‘opportunity cost’. Of in het Nederlands: ‘opofferingskosten’. En dat kan je bést heel duur komen te staan.

Wat is opportunity cost?

Opportunity cost is het verlies van het ene (of meerdere) alternatief, als je kiest voor een ander alternatief.

Stel: je bent 18 en kiest een studie. Je twijfelt tussen journalistiek (met als doel journalist te worden, waarbij je maximaal zo’n 60.000 euro per jaar verdient) of rechten (met als doel advocaat te worden bij een klein kantoor, voor een salaris van 200.000 euro per jaar).

Sinds je klein bent, ben je al dol op journalistiek en rechten zou je alleen studeren voor het geld. Je kiest met je hart en gaat dus voor de journalistiek. De opportunity cost of opofferingskosten van die beslissing is 140.000 euro per jaar.

Bij opportunity cost gaat het alleen om het financiële plaatje. Het is dus niet automatisch zo dat de opties die je het meest opleveren, ook de beste opties voor jou zijn.

Sparen vs. beleggen

Het idee van opportunity cost wordt vaak toegepast bij sparen vs. beleggen. Over de lange termijn gezien levert beleggen – historisch bezien – gewoon meer rendement op dan sparen. Dat kan in de komende eeuwen veranderen, maar als je *nu* pak ‘m beet 80 jaar terugkijkt, dan is dat wel het geval.

Als je je geld maximaal voor je wilt laten werken, dan lijkt het dus logisch om het te beleggen.

Al je geld beleggen heeft natuurlijk ook nadelen:

  • Je kunt er iets minder snel bij dan bij cash
  • Als je het nodig hebt en de markt staat net laag, dan heb je misschien wel een stevig verlies
  • Het blijft wél risicovoller dan sparen

Dat zijn voor mij altijd redenen geweest om redelijk behouden te beleggen. Ik vind het fijn om niet ‘gedwongen’ geld op te hoeven nemen, waardoor ik verlies op beleggingen moet pakken. Ik beleg immers voor de lange termijn, dus wil dat geld (en de tijd) écht z’n werk laten doen.

Bovendien kun je het met verkeerd beleggen véél sneller verliezen, dan dat je het met slim sparen bij elkaar kunt krijgen.

Moet je VEEL sparen?

Voor mij is sparen dus logisch. Het lijkt me verschrikkelijk om niet wat cash achter de hand te hebben. Het is echter misschien wel de vraag of het nodig is om veel geld achter de hand te hebben. En met ‘veel’ bedoel ik dan duizenden euro’s.

In de FI-community worden rondom dit onderwerp de volgende vragen gesteld:

  • Hoe vaak komt het voor dat alles in je huis tegelijkertijd stuk gaat?
  • Wat is de duurste tegenslag die je ooit gehad hebt?
  • Hoe realistisch is het dat je binnen 1 minuut veel geld nodig hebt?
  • Wat is je spaarpercentage? Kortom; kun je tegenslagen ook opvangen met je volgende salaris, omdat je daar toch al weinig van nodig hebt om rond te komen?
  • Wat doe je als je emergency fund geplunderd wordt voor een noodgeval?

Dat zijn best hele goede vragen. Ik heb letterlijk nog nooit meegemaakt dat er veel dingen tegelijk stuk zijn gegaan in huis. De duurste tegenslag was het lekkende dak, maar dat geld had ik toen ook niet liggen. Dat heb ik toen als een gek bij elkaar gespaard. En de duurste tegenslag daarna, was het gelijktijdig vervangen van de wasmachine en de vaatwasser. Dat was toen minder dan 1000 euro.

En dat geld heb ik dus nooit binnen hele korte tijd nodig gehad. Nooit zó snel, dat ik het niet had kunnen overbruggen met een salarisperiode, dingen verkopen of zelfs de tijdelijke inzet van een creditcard.

Als ik te maken krijg met een noodgeval en mijn emergency fund of buffer plunder, dan zal ik dat weer aan moeten vullen. Tenzij ik de kans heel groot acht dat ik in mijn hele leven maar met één noodgeval te maken krijg.

En hoeveel anders is het aanvullen van die pot, dan het aanvullen van bijvoorbeeld je beleggingsportefeuille?

Wat kost het je?

Realistisch gezien zou ik dus niet een buffer nodig hebben van 15.000 euro. En als ik het wél nodig zou hebben, bijvoorbeeld omdat ik in een freak accident mijn handen en benen kwijtraak, dan denk ik dat ik met die 15.000 euro misschien ook niet zo heel ver kom. Dan had ik het alsnog beter kunnen beleggen, zodat het hopelijk al (flink) meer was geworden.

Dus dan is de volgende vraag: wat kost het je om zoveel geld aan te houden, ‘voor het geval dat’? Wat is de opportunity cost van jouw gevoel van zekerheid?

Dat blijft natuurlijk een beetje koffiedik kijken. Maar: volgens dit grafiekje van Robeco was het historische rendement in de periode 1900-2014 op spaargeld nog geen 1%, terwijl het op wereldwijde aandelen ruim 5% was.

Dat betekent dat je geld per jaar dus in ieder geval 4% méér op had kunnen leveren. 600 euro extra, per jaar. Als je uitgaat van die 15.000 euro. En dat is alleen het eerste jaar, want net als je rente-op-rente hebt, wordt bij dit soort rendementen ook steeds weer van het voorgaande jaar uitgegaan.

In het artikel wordt nog een mooi voorbeeld gegeven voor het verschil tussen opbrengsten bij het investeren of het sparen van 1000 euro in 1997. Die 1000 euro zou op je spaarrekening in 2014 ruim 1500 euro zijn geworden. Een mooi bedrag, zou je denken.

Maar als je het belegd had, dan was het zo’n 3400 euro geworden. Je had er echter wel een beetje stevige zenuwen (of een stevige plaat) voor nodig moeten hebben, want in een aantal jaren daalde de waarde van de beleggingen wél onder de waarde van het spaarsaldo.

Gevoel of verstand

En dat is eigenlijk precies de kern van het verhaal: luister je naar gevoel of naar verstand? En waar sta je in deze hele tocht? Ben jij net aan het sparen, heb je nog niet echt vermogen opgebouwd en is je spaarpercentage nog relatief laag? Dan zou ik mooi even lekker doorsparen. Dan heeft een kapotte auto namelijk een hele andere impact op je financiële plaatje dan wanneer je de rekening direct zou kunnen betalen als je nieuwe salaris binnen is.

Maar ben je inmiddels op een punt dat je bijvoorbeeld minimaal de helft van je salaris spaart en kun je bepaalde risico’s lopen? Dan is het zeker de moeite waard om eens te kijken naar wat je spaargeld je eigenlijk kost. Welke kansen loop je mis door het op een bankrekening te zetten die je niet heel rendement oplevert?

En: zou je misschien ook minder uitgeven als je minder contanten had, maar meer in beleggingen had zitten? Dat geld kun je binnen een dag of twee van de rekening plukken, maar het is natuurlijk zonde om dat te doen voor een nieuwe tv.

Ik worstelde hier wel een beetje mee. Ik houd van zekerheid. En als ondernemer kan ik bijvoorbeeld niet terugvallen op WW op het moment dat ik geen werk heb. Maar ik houd ook van vrijheid. En ik heb liever dat mijn geld voor me werkt, dan dat ik voor mijn geld werk.

Daarom ben ik bezig met een verschuiving in de balans tussen sparen en beleggen. Waar ik eerst zo’n 90% spaarde en 10% belegde, ga ik nu steeds meer richting 50/50. Zo bouw ik tóch nog een beetje aan mijn buffer, maar geef ik mijn geld ook steeds meer de kans om lekker hard voor mij – en mijn vrijheid – te werken.

Volgens de historische statistiekjes levert 1 jaar beleggen evenveel op als ongeveer 5 jaar sparen. Dus als ik deze verschuiving niet inzet, moet ik dus door het veilige sparen véél langer werken dan nodig is. En dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Heb jij wel eens nagedacht over opportunity cost? Wat is jouw visie daarop?

Dit artikel verscheen eerder in aangepaste vorm op LekkerLevenMetMinder.nl

Ik ben Adine (1984) en woon in het mooie Fryslân. Import uit Zuid-Holland, dat dan weer wel. Sinds 2010 blog op op LekkerLevenMetMinder.nl over personal finance en alles wat daarmee te maken heeft. In 2019 lanceerde ik de Money Mind Academy, een online academie waarin ik alles dat ik in de afgelopen jaren over geld, mindset en ontwikkeling heb geleerd, met je deel.
Posts created 5

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven